Het VDM kijkt niet naar vijf losse vakjes, maar naar wat ertussen gebeurt.
Het Vijfdimensionaal Duurzaamheidsmodel is een ordenings- en gespreksmodel voor complexe transities. Het helpt voorkomen dat een economisch haalbare, technisch werkende, juridisch correcte, wetenschappelijk onderbouwde of maatschappelijk aantrekkelijke oplossing ten onrechte voor een volledige oplossing wordt gehouden.
De centrale vraagWat gebeurt er in de andere vier dimensies wanneer we in één dimensie ingrijpen?
WAT HET MODEL IS
Een relationeel raamwerk voor besluiten onder onzekerheid
Het VDM ordent verschillende soorten werkelijkheid zonder ze tot één totaalscore te reduceren. De dimensies hebben ieder een eigen taal, bewijslast, tijdschaal en verantwoordelijke. De kwaliteit van de analyse zit in het zichtbaar maken van de onderlinge afhankelijkheden.
Het model beslist niet hoeveel economie tegen natuur opweegt of welk belang moet winnen. Die waardeweging moet herkenbaar bij mensen en bevoegde organisaties blijven. Het VDM maakt wél zichtbaar waar een keuze onvolledig, tegenstrijdig of afhankelijk van onbewezen aannames is.
Geen duurzaamheidscertificaat Geen rekenkundige totaalscore Geen vervanging van politiek of wetenschap Wel een controleerbare denk- en gespreksroute
DE VIJF DIMENSIES
Iedere dimensie stelt een andere noodzakelijke vraag
De vier heren vertegenwoordigen perspectieven; zij zijn niet ieder aan één dimensie gekoppeld. Iedere heer moet door alle vijf dimensies heen kunnen redeneren.
01
DIMENSIE
Economie
Kan de verandering waarde creëren en financieel worden gedragen?
Deze dimensie onderzoekt kosten, opbrengsten, kasstromen, marktwerking, investeringsduur, ketenmacht en de verdeling van risico. Niet alleen de totale baten tellen, maar vooral waar en wanneer ze terechtkomen.
Wie investeert, betaalt en verdient?
Past de contractduur bij de terugverdientijd?
Welke kosten verschuiven naar een andere schakel of generatie?
02
DIMENSIE
Productie
Wat verandert er daadwerkelijk in de fysieke werkelijkheid?
Productie omvat grondstoffen, materiaal- en nutriëntenstromen, techniek, capaciteit, arbeid, logistiek en vakmanschap. Hier wordt een ambitie vertaald naar wat mensen, dieren, machines en ecosystemen werkelijk moeten kunnen.
Welke handeling verandert morgen?
Werkt dit bij piekbelasting en op schaal?
Welke capaciteit, grondstof of infrastructuur is nodig?
03
DIMENSIE
Wetgeving
Welke grens, bevoegdheid en procedure geldt werkelijk?
Wetgeving onderscheidt Europese en nationale regels, vergunningen en bevoegdheden van beleid, private contractvoorwaarden en maatschappelijke wensen. Dat voorkomt dat ‘het moet’ het gesprek afsluit zonder dat duidelijk is wie iets verlangt.
Is dit wet, beleid, vergunning, contract of voorkeur?
Wie mag beslissen en wie kan bezwaar maken?
Is de beoogde route juridisch uitvoerbaar en handhaafbaar?
04
DIMENSIE
Kennis
Wat weten we, hoe weten we dat en wat blijft onzeker?
Deze dimensie maakt onderscheid tussen meting, model, ervaring, hypothese en oordeel. Zij verbindt wetenschap met praktijkkennis en bepaalt welk bewijs nodig is voor een proef, investering, vergunning of systeemkeuze.
Wat is feit, aanname of verwachting?
Past de methode bij de beslissing?
Welke uitkomst zou onze huidige redenering weerleggen?
05
DIMENSIE
MVO
Wat vinden we verantwoord — en voor wie?
MVO onderzoekt waarden, gezondheid, natuur, arbeidsvoorwaarden, sociale rechtvaardigheid, legitimiteit en effecten op mensen die niet aan de directe transactie deelnemen. Het benoemt ook wie niet aan tafel zit.
Wie profiteert en wie draagt verlies?
Welke waarde is nog niet in wet of prijs opgenomen?
Is deelname werkelijk instemming en zijn getroffen groepen gehoord?
ONTSTAAN EN HISTORIE
Begonnen bij organisch materiaal, uitgegroeid tot een systeemmodel
Het VDM ontstond in 1999 vanuit een concreet vraagstuk rond reststromen in diervoeder. De eerste beweging was een bewerking van de Ladder van Lansink tot een productieladder voor organisch materiaal. Daarna werd duidelijk dat materiaaltechnisch ‘hoogwaardig’ niet automatisch economisch haalbaar, wettelijk toegestaan, goed onderbouwd of maatschappelijk verantwoord was.
1999
De productieladder
Op een studentenkamer krijgt de hiërarchie voor organisch materiaal vorm. De praktijk van Cebeco en vragen rond diervoederstromen vormen de directe omgeving.
1999–2004
Vijf samenhangende dimensies
Economie wordt als tweede logica toegevoegd. Wetgeving blijkt sterk te sturen via onder meer mest, voedselveiligheid en mededinging. Kennis en MVO maken het model compleet. Antony (Ton) Capelle is medeontwikkelaar van het model.
2004–2025
Werkend in de achtergrond
Na het afstuderen wordt het model niet systematisch gepubliceerd, maar blijft de samenhang terugkomen in het praktische werk in landbouw, kennisnetwerken en transities.
2025–nu
Herontdekking en toepassing
Het VDM wordt opnieuw expliciet gebruikt voor landbouw en stikstof, glastuinbouw, water, waterstof, gewasbescherming, voeding en gezondheid en internationale voedselketens.
WERKWIJZE
Van brede vraag naar een verantwoordelijke volgende stap
Een VDM-analyse is iteratief. Nieuwe kennis kan de productieroute wijzigen; een juridische grens kan het economische model veranderen; een maatschappelijk bezwaar kan een ontbrekende belanghebbende zichtbaar maken.
01
Afbakenen
Formuleer de concrete beslisvraag, het systeemniveau, de betrokkenen en de tijdshorizon.
02
Ordenen
Scheid feiten, aannames, waarden en voorstellen en plaats ze in de vijf dimensies.
03
Verbinden
Teken welke verandering in één dimensie gevolgen veroorzaakt in de andere vier.
04
Confronteren
Zoek botsende looptijden, verplaatste kosten, ontbrekende stemmen en schijnzekerheid.
05
Ontwerpen
Werk minimaal twee echte handelingsroutes uit, inclusief niets doen en gefaseerd leren.
06
Toetsen
Bepaal bewijs, eigenaar, budget, stopvoorwaarde en beslismoment voor de volgende stap.
DE KRACHT ZIT IN DE VERBINDING
Een maatregel is pas rijp voor de volgende stap wanneer de vijf logica’s naar dezelfde werkelijkheid verwijzen.
Dat betekent niet dat iedereen het eens is. Het betekent dat duidelijk is waar het geschil zit, welk bewijs ontbreekt, wie bevoegd is, wie betaalt en welke gevolgen buiten beeld dreigen te raken.
Het VDM wordt hier gebruikt als ordenings- en gespreksmodel. De werkzaamheid ervan is niet als universele wetenschappelijke beslismethode bewezen. Juist daarom moeten toepassingen, aannames, resultaten en mislukkingen controleerbaar worden vastgelegd. Het model is het sterkst wanneer het betere vragen, explicietere verantwoordelijkheden en beter toetsbare vervolgstappen oplevert.